Herstelplan Polderpark

In de Notitie herstelplan Polderpark zijn in mei 2015 de ideeën van de Stichting om te komen tot een herstel van de oorspronkelijke inrichtings- en beplantingsstructuur van het Polderpark vastgelegd.

In de notitie zijn ook de resultaten van een door de Stichting op 6 september 2014 onder de gebruikers van het Polderpark gehouden enquête opgenomen. De vragen waren er opgericht te weten te komen wie de gebruikers zijn en hoe zij over het park denken.

POLDERPARK, BUITEN WONEN EN TOCH IN DE STAD


Notitie herstelplan Polderpark


Drs G.H.L. Tiesinga


Almere Buiten, 12 mei 2015


INHOUD


Woord vooraf


Het Polderpark   

De ligging

Ontwerp en traditie

De uitgangspunten van het ontwerp

De bepalende karakteristieken van het Polderpark


Enquête onder de gebruikers van het Polderpark op zaterdag 6 september 2014

Inleiding

De resultaten van de enquête vraagsgewijs

Conclusies


De schouw van het Polderpark op dinsdag 16 februari 2015

De staat van het onderhoud

De meest knellende punten

De schouw


Het Polderpark hersteld



Noten

Literatuur

Bijlagen

1. Kaart van het Polderpark met groene tentakels en waterlopen in de drie woonbuurten en de aansluiting op de aanliggende parken en de brede groenstrook rond de drie buurten

2. Vragenlijst Enquête over het Polderpark in Almere Buiten

3. Voorstel verplaatsing JOP en aanpassing balspelkooi


Woord vooraf

In de Notitie herstelplan Polderpark, die moet worden gezien als het tweede deel van het tweeluik dat het samen met de Notitie herziening bestemmingsplan ‘Polderpark’ 1) vormt, geeft de Stichting Vrienden van het Polderpark en Omgeving haar visie op het herstel van de oorspronkelijke inrichtings- en beplantingsstructuur van het Polderpark.


Achtereenvolgens wordt aandacht besteed aan het ontwerp van het Polderpark en de bijzondere aspecten die het ontwerp kenmerken. In een tweede paragraaf komt aan de orde wie de gebruikers van het Polderpark zijn en hoe deze over het Polderpark denken. Op basis van beide paragrafen is de leidraad opgesteld voor de op 16 februari 2015 gehouden schouw van het Polderpark waarvan de resultaten in de derde paragraaf worden verwoord. In de vierde paragraaf wordt vervolgens geschetst hoe de Vrienden van het Polderpark tot het herstel van de oorspronkelijke inrichtings- en beplantingsstructuur willen komen.



I. Het Polderpark

De ligging

Het Polderpark is gelegen in Almere Buiten. Het wordt in het Noorden begrensd door de Bouwmeesterbuurt (P. de Swartstraat, M.J. Granpré Molièrestraat) en de Molenbuurt (Dwangmolenstraat). In het Zuiden door de Landgoederenbuurt (Sportlaan) en het oudste deel van het centrum van Almere Buiten (Torontoweg, Berlijnstraat). In het Oosten sluit het park aan op het Bosrandpark/Meridiaanpark. In het Westen grenst het aan de Lage Vaart en sluit het in noordelijke richting aan op het Bouwmeesterpark en in zuidelijke richting op de brede groene band langs de Lage Vaart. Het park wordt in noord-zuid richting doorsneden door de Polderdreef.


Het park ligt centraal in het deel van Almere Buiten dat het eerst is aangelegd. Door deze centrale ligging vervult het een belangrijke rol voor de bewoners van de drie aanliggende woonbuurten, de Molenbuurt, Bouwmeesterbuurt en Landgoederenbuurt.


Ontwerp en traditie

Het Polderpark is in de jaren tachtig van de vorige eeuw in opdracht van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders ontworpen door de landschapsarchitect Hein van Delft. De aanleg vond gefaseerd plaats in de periode 1983-1989.

Het Polderpark onderscheidt zich op een aantal belangrijke punten van de andere parken in Almere:

Het Polderpark is ontworpen als een compleet park, met een breed scala aan functies/voorzieningen.

Bij de aanleg van het park zijn deze functies (Oostvaarders College, Sporthal Almere Buiten, voetbalclub De Buitenboys, Almeerse Tennis Club Buiten, buurtcentrum De Wieken, Jenaplanschool De Kring, kinderboerderij De Beestenboel, volkstuinencomplex De Poldertuin, omheinde locatie voor balspelen, half pipe voor skaters, vissteigers, enz.) conform het ontwerp gerealiseerd. Deze functies nemen samen ruim 70% van het oppervlak van het park in.

De overblijvende 30% bestaat uit gebruiksgroen, grasvelden, heesters en bomen, voor wandelen, spelen, joggen, fietsen. Het enige aaneengesloten stuk gebruiksgroen meet ca. 250 x 250 meter, het is gelegen tussen het Jaap Nippad, Granpré Molièrestraat, pad langs het Oostvaarders College en de Sportlaan. Het bestaat uit een klein als wandelgebiedje ontworpen deel en uit een deel dat fungeert als overblijfruimte voor de leerlingen van het Oostvaarders College en als buitenruimte voor het bedrijven van atletiek

Het Polderpark haalt het karakteristieke open polderlandschap met zijn kenmerkende structuren en vegetatie de stad in.

Het is ontworpen als een park dat onderdeel uitmaakt van het groene concept dat aan de basis ligt van Almere Buiten. Het haalt het open polderlandschap met zijn kenmerkende structuren en vegetatie de stad in. Het is verbonden met de aanliggende parken en de brede groenstrook rondom de drie woonbuurten en het strekt met groene tentakels en waterlopen ver deze buurten in. 2)

Het Polderpark staat in een rechtstreekse traditie die terug gaat op het eerste openbare park van moderne snit in de jaren veertig van de negentiende eeuw in Birkenhead bij het toen explosief groeiende Liverpool.

Nieuw daaraan was dat de aanleg van het park een projectontwikkeling was waarbij een deel van het terrein werd bebouwd met woningen die met hun voorzijde naar het park waren gekeerd. Via een door het park lopende weg en toegangspaden was het park voor de bewoners bereikbaar. In het park waren verschillende voorzieningen voor de omwonenden aangebracht. Het was opgebouwd uit de karakteristieken van het landschap van buiten de stad.

De ontwerper van het park in Birkenhead was Joseph Paxton, de man die ook het wereldberoemde Chrystal Palace in Londen heeft ontworpen waar in 1851 de Wereldtentoonstelling heeft plaats gevonden. (Colquhoun 2003)

Een decennium later toen men in New York plannen had voor de aanleg van een stadspark is men in Birkenhead gaan kijken en zijn de ideeën die aan het ontwerp daar ten grondslag lagen overgenomen en op basis daarvan is Central Park aangelegd.

Het ontwerp van het Polderpark gaat dus terug op Birkenhead en Central Park. Net als daar zijn hier al in het ontwerp alle voorzieningen opgenomen voor de aanliggende woonbuurten, is het omringende landschap op schaal in de stad gebracht en lopen er groene tentakels, een weg en paden de woonbuurten in. Dat maakt het Polderpark uniek in Nederland.


De uitgangspunten van het ontwerp

De uitgangspunten van het ontwerp zijn te vinden in de publicatie Het nieuwe stadspark, opvallende vormen en pakkende scenario’s, door het Nederlands Architectuurinstituut (NAI) in Rotterdam uitgegeven bij de gelijknamige tentoonstelling in 1991. Dat het ontwerp van het Polderpark in 1991 in het boek en de tentoonstelling van het NAI werd opgenomen lag voor de hand: het ontwerp is in een aantal opzichten bijzonder.


Gegevens Polderpark

Ontwerper: Hein van Delft.

Opdrachtgever: Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders.

Ligging: Almere Buiten.

Oppervlakte: 35 ha; lengte 1.900 meter, breedte variërend van 120 tot 300 meter.

Jaar van ontwerp: 1980-1988, gefaseerd.

Jaar van aanleg: 1983-1989, gefaseerd.

Opgenomen voorzieningen: grasvelden, laagte-vegetatiegebied, struwelengebied, aanlegplaats, visplaatsen, voetbal, tennis, volkstuinen, schoolwerktuinen, dierenweide, speelobjecten, sporthal,

scholengemeenschap, buurthuis, basisschool.                                 

Karakteristiek: Door de contrasten tussen open polderlandschap, waterrijk laagte-vegetatiegebied en bos wordt het landschap dat de stad omgeeft daarbinnen ervaarbaar gemaakt.

(Het nieuwe stadspark, opvallende vormen en pakkende scenario’s, Rotterdam 1991)


De kenmerken                                                                                                                                                                                                                                         

Het park is opgebouwd uit karakteristieken zoals ze in de polder voorkomen, de bossfeer, de sfeer van het polderlandschap en de sfeer van de openheid van de polder. Middelen daarvoor zijn bos, langgerekte ruimtes, bomen in rijen, gras, sloten en een bijpassende sortimentskeuze.

Het beeld van het park wordt bepaald door een begrenzing van rijen populieren, samen met een gracht of sloot. De ruimtes in het park worden gevormd door houtwallen, ook begeleid door een sloot. Voor de verschillende functies en bestemmingen binnen deze landschappelijke structuur is slechts gebruik gemaakt van laagblijvend struweel. De buitenranden van het park zijn meer open, de binnenste delen meer verdicht. De aanwezigheid van houtwallen, sloten, hogere en lagere delen en riet- en moerasvegetaties leggen de nadruk op de natuurbeleving in het park.

Van groot belang in de opbouw van Almere Buiten zijn de dwarsrelaties tussen de buurt en de groenstructuur. Dit wordt bereikt door doorlopende lijnen die zoveel mogelijk begeleid worden met diverse functies, zoals een scholengemeenschap, een dierenweide en volkstuinen.

De randen van park en buurt hebben een belangrijke rol gekregen in de opbouw van de plannen. Vooral in de open-park situaties zijn openbare voorkanten van woningen gericht naar het park, in veel gevallen in combinatie met de buurtontsluitingswegen. (‘Ervaringen met het ontwikkelen van een groenstructuur in Almere-Buiten’, Van Delft in: Groen 9 1989)

Aan de oostkant is het park wat bossig, omdat het daar grenst aan de bosrand (Bosrandpark). Het brede deel van het park waar de sporthal staat, ademt meer een poldersfeer. Dat komt tot uitdrukking in grote open vlakten, die in het midden worden onderbroken door houtwallen en door bos omsloten velden. De ene kant van het park, de Sportlaan en Torontoweg, wordt volledig begrensd door een sloot met een rij populieren ernaast. Er staan nog meer bomenrijen en houtwallen in het Polderpark. Die zijn daar aangelegd om de horizon te breken.

Aan de oostkant van het park, tussen de Wipmolenweg en de Berlijnstraat, vallen de aangelegde moerassige gebiedjes op. Op het eerste gezicht lijkt er slechts riet te groeien in deze drassige grienden, maar Van Delft weet dat bepaalde zeldzame plantensoorten opduiken in dit unieke deel van het park. Biologen komen er regelmatig kijken.

Het park is in de eerste plaats bedoeld voor de mensen. Het is belangrijk voor Buiten. Haven en Stad hebben elk hun eigen karakter met het Gooimeer en het Weerwater. Buiten had van zichzelf heel weinig in die geest, en daarom is het groen er benadrukt.

Het Polderpark wordt nu nog sterk onderbroken door de Polderdreef. Over een jaar of dertig is de rij populieren langs de sloot groot geworden en dan valt de dreef veel meer in het niet. Maar dat neemt niet weg dat de Polderdreef nu nog een storend element is. (‘Polderpark geeft Buiten kwaliteit’, Interview met Hein van Delft in: Dagblad van Almere 10 januari 1992)

De erkenning

“Niet alleen door ontwerpers maar ook door bestuurders is het park herontdekt als een stedelijke voorziening die de attractiviteit van de stad kan vergroten. De nieuwe parken met hun uitgesproken vormgeving worden ingezet om de gehele stad of delen ervan te profileren. En waarom ook niet? Parken kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de identiteit van de stad. Wat is New York zonder het Central Park, Londen zonder Hyde Park en Amsterdam zonder het Vondelpark?” (De directeur van het Nederlands Architectuurinstituut, Adri Duivesteijn, bij de tentoonstelling en het boek Het nieuwe stadspark, opvallende vormen en pakkende scenario’s. De tentoonstelling werd gehouden in het Nederlands Architectuurinstituut van 16 november 1991 tot 9 februari 1992.)

De bepalende karakteristieken van het Polderpark

Rijen polderbomen in combinatie met een gracht of sloot, houtwallen in combinatie met een sloot, en greppels. Riet- en moerasvegetatie. Allemaal, inclusief de vegetatie, ontleend aan de landschapsstructuur van de omringende polder.



II. Enquête onder de gebruikers van het Polderpark op zaterdag 6 september 2014

Inleiding

Aanleiding voor het houden van een enquête onder de gebruikers van het Polderpark was dat de Stichting Vrienden van het Polderpark meer wil weten over de gebruikers van het park en hoe deze over het Polderpark denken. De opzet van de enquête is als volgt.

Begonnen wordt met een paar algemene vragen over de gebruikers zelf. Geslacht en leeftijd, de frequentie van het bezoek aan het park en de soort activiteiten in het park. Daarbij is ook gevraagd naar de postcode om te kunnen vast stellen op welke afstand van het park de gebruikers van het park woonachtig zijn.

Het tweede blokje vragen gaat over wat de gebruikers van het park van de huidige situatie vinden. Of men tevreden is over het Polderpark zoals het nu is, of er zaken zijn die men mist en of er ontwikkelingen zijn die men beslist niet in het Polderpark wil hebben.

Het derde blokje vragen gaat over de flora en fauna van het park. Aan de gebruikers van het park wordt gevraagd of zij in het park bijzondere dieren, vogels en amfibieën, planten, heesters en bomen hebben gezien en of zij kunnen aangeven waar dat was.

Het vierde blokje vragen gaat over de mate waarin de gebruikers van het park gebruik maken van voorzieningen die in het Polderpark zijn gelegen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen algemeen toegankelijke kleinschalige voorzieningen zoals de kinderboerderij, de vlindertuin en het aanbod van eetbare planten en vruchten, en grootschalige voorzieningen waar je alleen toegang toe hebt als je lid bent zoals voetbalclub De Buitenboys, Almeerse Tennis Club Buiten en de Sporthal Almere Buiten.

Het vijfde blokje vragen heeft betrekking op de staat van onderhoud van het park en op welke terreinen dit onderhoud volgens de gebruikers van het park tekort schiet.

Het zesde blokje vragen gaat over veiligheid en overlast. Aan de gebruikers van het Polderpark is gevraagd of zij in het park wel eens een gevoel van onveiligheid hebben gehad en waardoor dit kwam, en of zij wel eens overlast hebben ondervonden en in welke vorm dit zich voor heeft gedaan.

De enquête is op zaterdag 6 september 2014 gehouden. Met tien geïnstrueerde vrijwilligers, donateurs van de Stichting Vrienden van het Polderpark en Omgeving, is van 9.00 tot 11.30 uur en van 13.00 tot 15.30 uur op twee plaatsen in het park geënquêteerd. 4)

De resultaten van de enquête vraagsgewijs 5)

Algemene vragen

1. Gegevens man, vrouw, leeftijd.

De verdeling man/vrouw is 48%/52%.

De verdeling naar leeftijdscategorieën is:

t/m 25                                                                                                                  8%

26-35                                                                                                                     15%

36-45                                                                                                                     18%

46-55                                                                                                                     20%

56-65                                                                                                                     17%

Boven 65                                                                                                            11%

Niet bekend                                                                                                        10%


2. Hoe vaak komt u in het Polderpark? Dagelijks; wekelijks; een paar keer per jaar?

De vraag is als volgt beantwoord: dagelijks 71,7%; wekelijks 26,7%; een paar keer per jaar 1,7%.


3. Wat doet u in het park? Wandelen; fietsen; joggen; hond uit laten; paard rijden; met (klein)kinderen naar het park gaan; anders?

De vraag is als volgt beantwoord: hond uit laten 56%; wandelen 54%; met (klein)kinderen naar het park gaan 42%; fietsen 32%; joggen 10%.

De categorie anders 25%, een open vraag, leverde de volgende reacties op: werken in volkstuin; helpen bij kinderboerderij; met vrienden afspreken (vooral jongeren).

Ook genoemd: vliegeren; vogels voeren; eieren halen bij kinderboerderij; paard Rambo verzorgen; fotograferen van insecten.

Vragen over wat men van de huidige situatie vindt


4. Bent u tevreden over het Polderpark zoals het nu is?

De vraag is voor 80% met ja beantwoord.


5. Zijn er zaken die u mist in het Polderpark? Zo ja kunt u er een noemen?

De vraag is voor 61% met ja beantwoord.

De categorie kunt u er een noemen, een open vraag, leverde de volgende reacties op: het meest genoemd zijn extra zitbankjes (bij het water, langs het Jaap Nippad) en afvalbakken. Daarna komen: meer verlichting; (speel)toestellen voor de jeugd en fitness.

Ook genoemd: fruitbomen en eetbare planten; picknicktafels; paaltjes bij de fietspaden.


6. Zijn er ontwikkelingen die u beslist niet wilt hebben in het Polderpark? Zo ja, kunt u er een of meer noemen?

De vraag is voor 95% met ja beantwoord.

De categorie kunt u er een of meer noemen, een open vraag, leverde de volgende reacties op: eens en vooral geen weg en bebouwing in het park.

Ook werden genoemd: geen nieuwe functies in het park; geen hangplekken; geen los lopende honden.


Vragen over dieren en planten

7. Zijn er in het Polderpark bijzondere dieren, vogels, amfibieën? Zo ja, kunt u er een noemen samen met de plek waar u die heeft gezien?

De vraag is voor 60% met ja beantwoord.

Uit de genoemde dieren blijkt dat het Polderpark een ruime fauna bevat. Genoemd zijn vooral veel vogels: zilverreigers, buizerd, grote bonte specht, Vlaamse gaai, boomkruipers en boomklevers, zwanen, uil, ekster, kraaien met jongen, torenvalk, kiekendief, havik, rietzanger, hop, arend, parkiet.

De zoogdieren: vos, egels, (steen)marter, vleermuizen, konijnen, fret, muskusrat, bever.

Amfibieën: waterschildpadden, kikkers.

Vlinders, libellen.


8. Zijn er in het Polderpark bijzondere planten, heesters of bomen? Zo ja, kunt u er een noemen samen met de plek waar u die heeft gezien?

De vraag is voor 22% met ja beantwoord.

Genoemd zijn vooral eetbare planten en vruchten: hazelnoten, braam, appelbomen, vlierbes, sleedoorn. Maar ook wilde orchideeën, kamille, zonnebloemen, krenteboompjes.


Vragen over voorzieningen

9. Maakt u gebruik van de onderstaande voorzieningen in het Polderpark? Kinderboerderij “De Beestenbende”; vlindertuin; aanbod van eetbare planten en vruchten in het park?

De vraag is als volgt beantwoord: kinderboerderij 79%; vlindertuin 75%; eetbare planten en vruchten 60%. Waarbij kinderboerderij en vlindertuin vaak in combinatie zijn genoemd.


10. Maakt u gebruik van de onderstaande sportvoorzieningen in het Polderpark? Voetbalclub De Buitenboys; Sporthal Almere Buiten; Almeerse Tennis Club Buiten?

De vraag is slechts door 27% beantwoord met het volgende resultaat: Voetbalclub De Buitenboys 75%; Sporthal Almere Buiten 40%; Almeerse Tennis Club Buiten 19%.


Vragen over de staat van onderhoud

11. Vindt u dat het Polderpark goed wordt onderhouden?

De vraag is voor 63% met nee beantwoord.


12. Op welke terreinen vindt u dat het onderhoud tekort schiet? Regelmatig maaien van grasvelden; snoeien van bomen en heesters; oevers en wallekanten; het op diepte houden van greppels en sloten; wandel- en fietspaden; zitbankjes; overig?                                                                                                                       

De vraag is als volgt beantwoord: zitbankjes 49%; snoeien van bomen en heesters 37%; regelmatig maaien van grasvelden 23%; wandel- en fietspaden 14%; oevers en wallekanten 11%; het op diepte houden van greppels en sloten 3%.

De categorie overig 46%, een open vraag, leverde de volgende reacties op: onvoldoend opruimen van zwerfvuil en tekort aan afvalbakken; onderhoud van zitbankjes en de pergola schiet tekort; tekort verlichting.


Vragen over veiligheid

13. Heeft u wel eens een gevoel van onveiligheid gehad als u in het park bent? Zo ja, kunt u aangeven waar dit door kwam?

De vraag is voor 39% met ja beantwoord. De verhouding mannen/vrouwen daarbinnen is 1 om 5. Het gevoel van onveiligheid komt vooral door: hangjongeren (meestal werd er aan toegevoegd bij het basketbalterrein of de pergola) en te weinig verlichting.

Ook werden genoemd: zwerver; exhibitionist; loslopende honden.


14. Heeft u wel eens overlast in het Polderpark ondervonden? Van los lopende honden; fietsers; hangjongeren; auto’s op fietspaden; anders?

De vraag is als volgt beantwoord: hangjongeren 50%; auto’s op fietspaden 26%; loslopende honden 22%; fietsers 13%.

De categorie anders 41%, een open vraag, leverde de volgende reacties op: scooters en brommers; vernielingen o.a. de kinderboerderij; poging tot diefstal.


Postcodes

De geënquêteerden komen in overgrote meerderheid uit de drie aan het Polderpark gelegen woonbuurten Molenbuurt, Bouwmeesterbuurt en Landgoederenbuurt (postcode 1333). Vier waren afkomstig uit andere buurten in Almere Buiten (3x Faunabuurt/Bloemenbuurt postcode 1338 en 1x Stripheldenbuurt postcode 1336), en twee kwamen vanuit Tussen de Vaarten, Verzetswijk (postcode 1318).


Conclusies

De gebruikers van het Polderpark, vrijwel evenveel mannen als vrouwen, zijn op een enkeling na woonachtig in de drie direct aan het park grenzende woonbuurten Molenbuurt, Bouwmeesterbuurt en Landgoederenbuurt. Het zijn zeer regelmatige bezoekers van het park. Alle leeftijden komen in ongeveer gelijke percentages (15 tot 20%) onder de gebruikers voor, de leeftijdscategorie onder de 25 en boven de 65 met een percentage van ca.10% wat minder.

De gebruikers bezoeken het park om de hond uit te laten; te wandelen; om met kinderen of kleinkinderen naar het park te gaan; te fietsen en joggen; met vrienden af te spreken (vooral jongeren). Ook om te werken in de volkstuin en te helpen bij de kinderboerderij.

De gebruikers zijn in grote meerderheid tevreden over het park zoals het nu is, zij willen het graag zo houden. Zij zijn massaal tegen de aanleg van een weg door en bebouwing in het park. Ook zijn zij tegen nieuwe functies in het park, hangplekken en los lopende honden.

De gebruikers zijn in meerderheid ontevreden over de staat van het onderhoud van het park. Daarbij gaat het zowel om het te kort schieten van het onderhoud van het groen (snoeien van bomen en heesters; regelmatig maaien van grasvelden; wandel- en fietspaden; oevers en wallekanten; het op diepte houden van greppels en sloten) als het onderhoud van zitbankjes; het onvoldoende opruimen van zwerfafval en het tekort aan afvalbakken; tekort aan verlichting.

De gebruikers dragen ook wensen ter verbetering van het gebruik van het park aan: extra zitbankjes op speciaal genoemde plekken; extra afvalbakken; meer verlichting; (speel)toestellen voor de jeugd en fitness.

Ook fruitbomen en eetbare planten; picknicktafels; paaltjes bij de fietspaden.

De gebruikers kennen het park goed, dit blijkt bijvoorbeeld uit de waargenomen bijzondere dieren en planten.

De gebruikers van het park maken gebruik van vooral de kleinschalige voorzieningen die het Polderpark kent: de kinderboerderij, de vlindertuin en het aanbod van eetbare planten en vruchten. De grootschalige voorzieningen waar je lid van moet zijn zoals voetbalclub De Buitenboys, de sporthal en de tennisclub fungeren kennelijk meer als een bovenwijkse voorziening.

Een substantieel deel van de gebruikers van het park, twee van de vijf, heeft wel eens een gevoel van onveiligheid gehad als zij in het park zijn. Van de vrouwelijke gebruikers van het park heeft 61% een gevoel van onveiligheid als zij in het park zijn. Dit wordt vooral veroorzaakt door de aanwezigheid van hangjongeren op specifiek genoemde plekken en te weinig verlichting.

Een deel van de gebruikers van het park heeft wel eens overlast in het park ondervonden. Dit wordt veroorzaakt door hangjongeren; auto’s op fietspaden (men wil graag paaltjes op de fietspaden om dit te voorkomen); loslopende honden en scooters/brommers.


Samengevat:

De gebruikers van het Polderpark wonen in de drie aan het park grenzende woonbuurten, zij zijn van alle leeftijden, evenveel mannen als vrouwen. Het zijn zeer regelmatige bezoekers. Het Polderpark voldoet goed zoals het nu is, zij zijn tegen nieuwe functies in het park.

Maar er is ook kritiek, de gebruikers zijn ontevreden over de staat van het onderhoud van het park, dit betreft zowel het onderhoud van het groen als het onderhoud van het parkmeubilair. Een tweede punt van kritiek is de veiligheid en overlast. Voor een substantieel deel van de gebruikers geldt dat zij een gevoel van onveiligheid in het park heeft gehad en overlast heeft ondervonden in het park.

Men wil meer en beter onderhoud, de honorering van met name genoemde wensen, en het beperken van overlast veroorzakende zaken maken het park aantrekkelijker en veiliger voor de gebruikers.


III. De schouw van het Polderpark op dinsdag 16 februari 2015

De staat van het onderhoud

De Vrienden van het Polderpark hebben gemerkt dat bij de gemeente velen zich bezig houden met aspecten van het onderhoud/beheer van het park, maar dat er geen vader of moeder van het park bestaat. Er is niet iemand die op al die aspecten tezamen aanspreekbaar is.

Daar komt bij dat in 25 jaar onderhoud niet altijd is gekeken naar het ontwerp. Voorbeelden zijn het plaatsen van kastanjes als laanbomen. Het niet voldoende onderhouden van de houtwallen. De verlanding van het moerasgebied.


De meest knellende punten

Vanuit de bepalende karakteristieken van het ontwerp, en de kritiek van de gebruikers van het park op de staat van het onderhoud van het Polderpark (betreft het groen en het parkmeubilair) en de mate van onveiligheid en overlast in het park is een lijst van knellende punten op te stellen:

-het ontbreken van een visie op de toekomst van het Polderpark en het ontbreken van een meerjarenplan voor het onderhoud van het park.

-onvoldoende onderhoud van de structuurbepalende elementen van het park:

* het plaatsen van kastanjes als laanbomen in plaats van populieren, de kenmerkende hoog opgaande laanboom van de polder.

* het onvoldoende onderhouden van de houtwallen, zodat die een totaal andere vorm/betekenis hebben gekregen.

* het laten verlanden/verdrogen van het moerasgebied bij het Oostvaarders College.

* de verlanding van de greppels die in de lengterichting door het park lopen.

-de slechte staat van het parkmeubilair en de behoefte aan meer bankjes; meer afvalbakken; betere verlichting; informatieborden over de betekenis van het Polderpark, de planten en bomen die in het park staan, de bijzondere dieren die in het park leven, en een plattegrond.

-de slechte staat van de verplaatste pergola.

-het gevoel van onveiligheid en de in het park ondervonden overlast.


De schouw

Op dinsdag 16 februari 2015 is onder leiding van de programmamanager Gebied Almere Buiten door medewerkers van de gemeente en vertegenwoordigers van de Vrienden van het Polderpark gezamenlijk een schouw gehouden van het brede deel van het Polderpark. Daarbij is de lijst van knelpunten als leidraad gehanteerd. In het kader van de enquêteresultaten op het gebied van onveiligheid en overlast zijn de situatie bij de jongeren ontmoetingsplek (JOP) en de balspelkooi, en de vele auto’s op de fietspaden hieraan toegevoegd.

Achtereenvolgens zijn aan de orde gekomen:

1.    Auto’s over het fietspad (Piet Moeskopspad).

Dit fietspad wordt veelvuldig gebruikt voor autoverkeer en handhaving ontbreekt volledig. De situatie wordt door de gebruikers van het Polderpark als onveilig en gevaarlijk ervaren.

De Stichting Vrienden van het Polderpark is er voorstander van dit autoverkeer te voorkomen door middel van het plaatsen van paaltjes aan de kant van de Daniel Stalpaertstraat.

2.    De jongeren ontmoetingsplek (JOP) en de balspelkooi.

De situatie in de omgeving van de JOP en de balspelkooi wordt door veel van de gebruikers van het Polderpark ervaren als een plek van overlast en onveiligheid. Dit hangt samen met de ongelukkige plaats van de JOP midden in het enige wandelgebiedje van het Polderpark, en afgeschermd door het groen. Met betrekking tot de balspelkooi geldt dat ook die grotendeels door het groen wordt afgeschermd.

Door de Stichting is een voorstel vervaardigd tot verplaatsing van de JOP naar de andere kant van de balspelkooi met de rug naar het Jaap Nippad, uitkijkend op de balspelkooi (een situatie vergelijkbaar met de plek van de JOP in het smalle deel van het park bij de half pipe, daar staat de JOP met zijn rug naar het Piet Moeskopspad uitkijkend op de half pipe), en tot aanpassing van de omheining van de balspelkooi en het omringende groen. Met het doel het wandelgebiedje weer aantrekkelijk te maken voor de wandelaars en het gevoel van onveiligheid in het park te verminderen, zonder daarmee de mogelijkheden van de JOP en de balspelkooi te beperken. Zij wil de uitvoering van dit voorstel graag bespreken met de veiligheidsadviseur van de gemeente, de wijkregisseur en de wijkagent, de jeugdboa’s en de ambulant jongerenwerker. 6)

3.    De verlanding van de greppels. Aanplant nieuwe laanbomen.

De in de lengterichting van het park liggende greppels zijn structuurbepalende landschapselementen. De conclusie is dat om die reden de profielen van de greppels dienen te worden hersteld.

Van de kastanjes die in het Polderpark aan de kant van de Granpré Molièrestraat/De Swartstraat staan heeft meer dan 40% de kastanjebloedingsziekte. Dit heeft bij de gemeente geleid tot het besluit dit jaar de overblijvende kastanjes te kappen. Inmiddels blijkt opdracht gegeven ter vervanging op die plaats de aanplant van beuken te onderzoeken, zowel de praktische uitvoering als de financiering daarvan.

Een merkwaardig initiatief. Beuken zijn geen polderbomen, zij komen niet voor in het ontwerp dat ten grondslag ligt aan het Polderpark, en zij passen ook niet in de Polderidentiteit die door de gemeente aan het Polderpark is toegekend.

De Stichting Vrienden van het Polderpark dringt al acht jaar in woord en geschrift bij de gemeente aan op herstel van de oorspronkelijke populierenlanen in het park. Zij is dan ook voorstander van het planten van populieren op die plek in het park. Wel dient ervoor gezorgd te worden dat er geen vrouwelijke exemplaren worden geplant vanwege de pluisoverlast die dat tot gevolg kan hebben.

4.    Het kappen van de bomen ten Zuiden van de volkstuinen in 2012.

Het onderhoud van de houtwal langs het Piet Moeskopspad. (Nu als bosplantsoen aangemerkt i.p.v. parkplantsoen.)

In 2012 zijn de vier Veldesdoorns en de zes Italiaanse elzen ten Zuiden van volkstuincomplex De Poldertuin in twee fasen gekapt op verzoek van de Poldertuin. Deze ingrijpende verandering heeft plaatsgevonden zonder contact hierover met andere belanghebbenden, terwijl het beleid van de gemeente nu juist is wensen tot verandering met alle belanghebbenden te bespreken alvorens te besluiten, wat in dit geval dus niet is gebeurd. Dit klemt temeer omdat het hier om structuurbepalende bomen gaat.

De Stichting Vrienden van het Polderpark vindt dat de Veldesdoorns en Italiaanse elzen hier dienen terug te komen.

De houtwal langs het Piet Moeskopspad is al jaren niet bijgehouden. Ook de ontwerper Hein van Delft heeft dat in oktober 2013 gesignaleerd toen hij met de donateurs door het park liep. De houtwal is door de gemeente tot bosplantsoen bestempeld, dat betekent minder onderhoud en minder kosten. Herstel houdt in dat een deel van de doorgeschoten begroeiing zal moeten worden gekapt.

Door de Stichting is er op aangedrongen daarvoor een plan te maken en dat dan gespreid over een aantal jaren uit te voeren, zodat er niet in een keer een kaalslag plaats vindt.

5.    De situatie op de oude plek van de pergola/moerasgebied bij het Oostvaarders College.

Bij de verplaatsing van de oude pergola in 2012 is toegezegd dat de toen eveneens gesloopte beschoeiing aan de kant van het moerasgebied en het er bijbehorende hek samen met de lage haag terug zouden komen. Plus ook het bankje dat uitkijkt op het moerasgebied.

Het moerasgebied is geheel verland.

De conclusie is dat het moerasgebied net als de greppels een structuurbepalend landschapselement is en samen met de greppels moet worden hersteld. Ook de beschoeiing en het er bijbehorende hek en lage haag dienen te worden teruggebracht.

6.    De onderhoudssituatie van de ‘nieuwe’ pergola.

Het is jammer dat de ‘nieuwe’ pergola is opgebouwd met het tientallen jaren oude hout van de oude pergola. De ‘nieuwe’ pergola blijkt bij de gemeente nog niet in de ‘systemen’ opgenomen te zijn, daardoor heeft in 2014 geen onderhoud plaats gevonden.

Die omissie zal door de betreffende afdeling dit jaar worden hersteld.

7.    De zitbankjes en de afvalbakken.

Veel gebruikers van het Polderpark vinden dat er extra zitbankjes en afvalbakken moeten komen. Zitbankjes onder ander bij het water en langs het Jaap Nippad. Ook schiet het onderhoud van de bestaande bankjes te kort.

De Vrienden van het Polderpark zijn van mening dat voor de korte termijn onderzocht moet worden welke van de bestaande bankjes en afvalbakken die nog in goede conditie verkeren in aanmerking komen om verplaatst te worden naar een betere standplaats.



IV. Het Polderpark hersteld

De Stichting wil komen tot herstel van de oorspronkelijke inrichtings- en beplantingsstructuur van het park zodat het Polderpark weer de cultuurhistorische ‘gem’ wordt die het eerder was. Daarvoor is nodig:

-een inventarisatie van het park om vast te stellen waar de huidige situatie afwijkt van het ontwerp. Dit betreft zowel de structuurelementen als de staat van het onderhoud. (De resultaten van de schouw van 16 februari 2015 zouden als startpunt voor zo’n inventarisatie kunnen dienen.)

-het maken van een meerjaren herstelplan op basis van de inventarisatie, en het aangeven welke zaken in het kader van het jaarlijks onderhoud uitgevoerd kunnen worden en welke een ingrijpender aanpak behoeven.

-bij het onderhoud dient de stelregel te zijn dat bij kappen van bomen en het vervangen van andere delen van de vegetatie exemplaren van dezelfde boomsoort en vegetatie worden teruggeplaatst conform het oorspronkelijke beplantingsplan.

-het stellen van een streefeinddatum voor het herstel, de bekende stip op de horizon, bijvoorbeeld het jaar van de Floriade 2022.

-het instellen van een (klank)adviesgroep, die de uitvoering van het meerjaren herstelplan volgt en bij belangrijke besluiten wordt betrokken. Samen te stellen uit vertegenwoordigers van de gemeente, de Stichting Vrienden van het Polderpark, de ontwerper, deskundigen van buiten.

-overigens is de Stichting niet scherp slijpend, zij kan zich voor stellen dat er, net als bij de restauratie van belangrijke gebouwen, soms overwegingen zijn die pleiten voor het behoud van iets dat niet overeenkomt met het oorspronkelijke ontwerp.


Noten

1. In de Notitie herziening bestemmingsplan ‘Polderpark’ heeft de Stichting Vrienden van het Polderpark en Omgeving haar visie op de herziening van het bestemmingsplan ‘Polderpark’ en de plaats van het park in het nieuwe door de gemeente beoogde grote bestemmingsplan (Molenbuurt, Bouwmeesterbuurt, Landgoederenbuurt en ‘Polderpark’) vastgelegd. De notitie is op 12 februari 2013 aan de toenmalige wethouder Anker gestuurd met een begeleidende brief waarin de Vrienden van het Polderpark kenbaar hebben gemaakt graag te willen worden betrokken in het voortraject van deze herziening.

De notitie is als hoofdstuk 3 ook opgenomen in het in oktober 2013 door de Vrienden van het Polderpark uitgegeven jubileumboek Het Polderpark Central Park van Almere Buiten wordt dertig jaar. Een exemplaar van dit boek is aan alle toenmalige leden van het College van B&W en de gemeenteraad gestuurd.

2. Zie bijlage 1. Kaart van het Polderpark met groene tentakels en waterlopen in de drie woonbuurten en de aansluiting op de aanliggende parken en de brede groenstrook rond de drie buurten.

3. Volgens informatie van de gemeente Almere is het ontwerp zelf niet te achterhalen. In de publicatie van het Nederlands Architectuurinstituut Het nieuwe stadspark, opvallende vormen en pakkende scenario’s, en het door de ontwerper in het tijdschrift Groen gepubliceerde artikel Ervaringen met het ontwikkelen van een groenstructuur in Almere Buiten zijn die gegevens wel te vinden, inclusief een kaart waarop alle voorzieningen/functies in het Polderpark zijn aangegeven.

Van het Beplantingsplan (groengebied F) en de Plantsoenlijst groengebied 3F4 zijn wel tekeningen/overzichten beschikbaar, gemaakt door de afdeling beplantingen van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders.

4. Dezelfde enquête is op 12 juni 2014 gehouden onder de donateurs van de Stichting Vrienden van het Polderpark.

Daar de donateurs vrijwel allemaal ‘gezinshoofden’ zijn is deze groep qua leeftijd en verdeling man/vrouw iets anders samengesteld dan de op 6 september 2014 in het Polderpark geënquêteerde bezoekers van het park: de donateurs bestaan voor drie kwart uit mannen en voor een kwart uit vrouwen, leeftijd boven de 36.

De antwoorden van de donateurs komen in sterke mate overeen met de antwoorden van de in het park geënquêteerde gebruikers. Uitzondering is dat van de donateurs maar een van de acht een gevoel van onveiligheid heeft als die in het park is. Voor de in het park geënquêteerde bezoekers is dit twee van de vijf, onder de vrouwelijke bezoekers zelfs drie van de vijf, terwijl de genoemde oorzaken voor dit gevoel van onveiligheid niet anders zijn. Het verschil wordt veroorzaakt door de samenstelling van de beide groepen.

Verder willen de donateurs geen horeca in het park en missen zij informatieborden over het park (over flora en fauna van het park, de naam van het park en een plattegrond).

5. Zie bijlage 2. Vragenlijst Enquête over het Polderpark in Almere Buiten.

6. Zie bijlage 3. Voorstel verplaatsing JOP en aanpassing balspelkooi d.d. 5 mei 2015.


Literatuur

‘Almere Buiten: stadsdeel met uitgekiende verkaveling’, in: Cultuurrijp 19 (1983) 3-5.

Andela, Gerrie, Tjeerd Boersma en Gert ter Haar, Het nieuwe stadspark, opvallende vormen en pakkende scenario’s. Tentoonstelling Nederlands Architectuurinstituut van 16 november 1991 tot 9 februari 1992 (Rotterdam 1991).

Colquhoun, K., A Thing in Disguise. The Visionary Life of Joseph Paxton (London 2003).

Delft, Hein van, ‘Ervaringen met het ontwikkelen van een groenstructuur in Almere Buiten’, in: Groen 9 (1989) 28-30.

Delft, Hein van, ‘Polderpark geeft Buiten kwaliteit’, in: Dagblad van Almere (10 januari 1992).

Tiesinga, G.H.L., Notitie herziening bestemmingsplan ‘Polderpark’ (Almere 2013).

Tiesinga, G.H.L., Het Polderpark Central Park van Almere Buiten wordt dertig jaar (Almere 2013).

Woensel, J.T.W.H. van, De ruimtelijke planvorming van Almere (Lelystad 2001).

Beplantingsplan groengebied F.

Bestemmingsplan buurt B Almere Buiten, 30 december 1982.

Bestemmingsplan buurt C en groengebied F, 17 oktober 1983.

Bestemmingsplan Polderpark, oktober 1998.

Bestemmingsplan Molenbuurt, 2002.

Plantsoenlijst groengebied 3F4 1988/1989.


Bijlagen

1.

Kaart van het Polderpark met groene tentakels en waterlopen in de drie woonbuurten en de aansluiting op de aanliggende parken en de brede groenstrook rond de drie buurten

2.

Vragenlijst Enquête over het Polderpark in Almere Buiten

3.

Voorstel verplaatsing JOP en aanpassing balspelkooi