Notitie herzienings bestemmingsplan Polderpark

POLDERPARK, BUITEN WONEN EN TOCH IN DE STAD


Notitie herziening bestemmingsplan ‘Polderpark’

Drs. G.H.L. Tiesinga

Almere Buiten, 12 februari 2013

INHOUD

Woord vooraf   

Het Polderpark   

Het ontwerp van het Polderpark

    Ontwerp Almere Buiten                                                                                                                                    

    Ontwerp Polderpark                                                                                                                                           

    Geïntegreerd park                                                                                                                                              

    De uitgangspunten van het ontwerp van het Polderpark kennen een lange traditie                                                                             

De planologische lotgevallen van het Polderpark

Het Polderpark als het centrum van het nieuwe bestemmingsplan   


Aanbevelingen


Plan van aanpak   


Noten                                                                                                                                                                   

Literatuur                                                                                                                                                             

Bijlagen                                                                                                                                                                

1. Kaart van het Polderpark

2. Gegevens Polderpark

3. Kaart Almere Buiten met de drie woonbuurten: Molenbuurt, Bouwmeesterbuurt, Landgoederenbuurt, en het Polderpark

4. Kaart van het Polderpark met groene tentakels en waterlopen in de drie woonbuurten en de aansluiting op de aanliggende parken en de brede groenstrook rond de drie buurten

5. Samenvatting van de opmerkingen en vragen tijdens de schouw van 31 augustus 2011 gemaakt. Bijlage bij de brief over de gezamenlijke schouw van het Polderpark op 31 augustus 2011 aan mevrouw Annemarie van der Zee, Projectmanager Almere Buiten, 9 september 2011


Woord vooraf

Het voornemen van de gemeente om de bestemmingsplannen Molenbuurt, Bouwmeesterbuurt, Landgoederenbuurt en Polderpark te herzien en in een nieuw bestemmingsplan samen te voegen vormt de aanleiding voor het schrijven van de notitie. De Stichting Vrienden van het Polderpark en Omgeving wil zoals bekend graag in het voortraject van deze herziening betrokken worden. In dat kader heeft de Stichting al eerder in augustus 2011 samen met de gemeente een schouw van het Polderpark gehouden. De Stichting heeft haar visie op de voorgenomen herziening van het bestemmingsplan ‘Polderpark’ en de plaats van het park in het nieuwe grote bestemmingsplan in deze notitie vastgelegd. 1)

Achtereenvolgens wordt aandacht besteed aan de denkbeelden die de basis vormen voor het ontwerp van Almere en Almere Buiten, en de bijzondere aspecten die het ontwerp van het Polderpark kenmerken. In een tweede paragraaf worden de planologische lotgevallen van het Polderpark besproken. Op basis van deze twee paragrafen wordt vervolgens geschetst hoe de Stichting de plaats van het Polderpark met de er in liggende voorzieningen ziet als het groene centrum van het nieuwe grote bestemmingsplan. In de vierde paragraaf staat verwoord op welke wijze het Polderpark in het nieuwe bestemmingsplan zou moeten worden opgenomen.


Het Polderpark

Het Polderpark is gelegen in Almere Buiten. Het wordt in het Noorden begrensd door de Bouwmeesterbuurt (P. de Swartstraat, M.J. Granpré Molièrestraat) en de Molenbuurt (Dwangmolenstraat). In het Zuiden door de Landgoederenbuurt (Sportlaan) en het oudste deel van het centrum van Almere Buiten (Torontoweg, Berlijnstraat). In het Oosten sluit het park aan op het Bosrandpark/Meridiaanpark. In het Westen grenst het aan de Lage Vaart en sluit het in noordelijke richting aan op het Bouwmeesterpark en in zuidelijke richting op de brede groene band langs de Lage Vaart. Het park wordt in noord-zuid richting doorsneden door de Polderdreef. 2)

Het park heeft een oppervlakte van 35 ha, de lengte is 1.900m, de breedte varieert van 120 tot 300m. Het is gefaseerd aangelegd tussen 1983 en 1989.

Het Polderpark is ontworpen door de tuin- en landschapsarchitect Hein van Delft in opdracht van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP). De uitgangspunten voor het ontwerp zijn te vinden in de publicatie Het nieuwe stadspark, opvallende vormen en pakkende scenario’s, door het Nederlands Architectuurinstituut (NAI) in Rotterdam uitgegeven bij de gelijknamige tentoonstelling in 1991.

Dat het ontwerp van het Polderpark in 1991 in het boek en de tentoonstelling van het NAI werd opgenomen lag voor de hand: het ontwerp is in een aantal opzichten bijzonder.


I. Het ontwerp van het Polderpark

Eind jaren zestig kreeg de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders van de minister van Verkeer en Waterstaat de opdracht tot het ontwerpen en bouwen van een compleet nieuwe stad in Zuidelijk Flevoland. Omdat de Dienst vol op bezig was met de aanleg van Lelystad werd er voor het ontwerpen van Almere een aparte organisatie in het leven geroepen: het Projectbureau Almere. Voor dit bureau werd een groot aantal jonge enthousiaste wetenschappers (stedenbouwkundigen, planologen, economen, sociologen en landschapsarchitecten) aan getrokken. Dit leidde tot vernieuwende ideeën die in de aanleg van Almere zijn terug te vinden. (Van Woensel 2001)


Ontwerp Almere

Een belangrijke overweging bij het ontwerpen van Almere was dat Almere vergeleken met de andere groeisteden in Nederland een aantrekkelijk woonmilieu zou moeten bieden om mensen er toe over te halen naar deze stad in de polder te verhuizen.


Almere is, en dat was nieuw in de ruimtelijke ordening in Nederland, ontworpen als een stadsgewest met meerdere kernen gescheiden door brede groene corridors. Een in Nederland nog nooit vertoond stedenbouwkundig concept. (Het is enigszins vergelijkbaar met het Gooi, zowel qua oppervlak, als qua structuur, meerdere kernen met een eigen karakter, veel groen en een centrale kern Hilversum.) Almere Stad kreeg in het ontwerp de functie van centrale kern met bijbehorende voorzieningen (ziekenhuis, schouwburg, winkelcentrum van niveau, centraal station e.d.). De andere kernen kregen elk een eigen karakter. Voor Almere Haven werd dit een moderne versie van een Zuiderzeekustplaats. Almere Buiten, de naam zegt het al, gelegen aan de rand van de Oostvaardersplassen en het daarop aansluitende polderlandschap kreeg een open groen karakter.


Ontwerp Almere Buiten

Almere Buiten, de derde kern van Almere, wordt in het Noorden en Oosten begrensd door de Buitenring, in het Zuiden door de A6 en in het Westen door de Tussenring. Vanaf deze rondweg voeren vier toegangswegen (Polderdreef, Buitenhoutsedreef, Spectrumdreef en Bosranddreef, de laatste twee via de Evenaar) naar het centrum van Buiten. Vanaf de dreven zijn de woonbuurten bereikbaar. In Almere Buiten bestaat een systeem van gescheiden bus- en fietsroutes.

Het ontwerp voor Almere Buiten wordt gekenmerkt door overwegend eengezinswoningen met een tuin. De verdeling van het grootschalig openbaar groen is anders dan in de eerdere kernen van Almere. Het groen is geconcentreerd in een brede band van gemiddeld 250m die Almere Buiten omsluit en die verbonden is met een brede lange horizontale en een kleinere verticale band (samen een assenkruis vormend) die Almere Buiten doorsnijden. De maximale afstand tussen de woningen en deze groene hoofdstructuur bedraagt 800m. De woonbuurten liggen hierdoor ingebed in het groen. Dit wordt nog versterkt doordat het doorgaand verkeer buiten de woonbuurten wordt afgewikkeld via de eveneens in brede groenstroken gelegen dreven. De woonbuurten kennen alleen bestemmingsverkeer. Het motto voor Almere Buiten was ‘buiten wonen en toch in de stad’.

Bijzonder aan Almere Buiten is dat hier, nog voor de bouw van de eerste woningen werd gestart, al begonnen is met de bouw van het eerste deel van het winkelcentrum (aan het Noordeinde) en de aanleg van het Polderpark dat direct als volwaardig park moest functioneren. In de eerdere kernen van Almere kwamen eerst de bewoners en pas veel later de voorzieningen. Op 10 mei 1983 ging de eerste paal voor het eerste deel van het winkelcentrum de grond in. In het winkelcentrum waren winkels voor alle dagelijkse levensbehoeften, waaronder een supermarkt, een politiepost, bibliotheek, postkantoor, café en een tijdelijk jongerencentrum voorzien. Een maand later ging de bouw van de eerste woningen in de Molenbuurt van start. De eerste bewoners kwamen in de loop van 1984. Al in 1980 was begonnen met de inplant van de brede groene banden (groenzones) die zo kenmerkend zijn voor het ontwerp van Almere Buiten, deze voor-inplant was een nieuwe ontwikkeling die later overal in de stad Almere is toegepast. In het Polderpark, dat deel uit maakt van de brede horizontale groenstrook, waren sportvelden, volkstuintjes, een buurtcentrum en een basisschool voorzien. (Cultuurrijp 19 1983)


Ontwerp Polderpark 3)

Het Polderpark ligt centraal in het deel van Almere Buiten dat het eerst is aangelegd. Door deze centrale ligging vervult het park een belangrijke rol voor de bewoners van de drie aanliggende woonbuurten, de Molenbuurt, Bouwmeesterbuurt en Landgoederenbuurt. Dit deel van Almere Buiten wordt in het Noorden begrensd door de brede groene band langs de Buitenring, in het Oosten door het later ontwikkelde Bosrandpark/Meridiaanpark, in het Zuiden door het centrum van Almere Buiten en de spoorlijn Amsterdam-Lelystad, en in het Westen door het Bouwmeesterpark en de brede groenzone langs de Lage Vaart. Het Polderpark vormt de verbinding tussen het Bosrandpark/Meridiaanpark in het Oosten en het Bouwmeesterpark in het noordwesten. 4)

Het Polderpark is ontworpen als een park dat onderdeel uitmaakt van het groene concept dat aan de basis ligt van Almere Buiten. Het haalt het open polderlandschap met zijn kenmerkende vegetatie de stad in. Het is verbonden met de aanliggende parken en de brede groenstrook rondom de drie woonbuurten en het strekt met groene tentakels en waterlopen ver deze buurten in. 5)

Het is ook ontworpen als een compleet park met een breed scala aan voorzieningen voor de drie woonbuurten waarvan meteen gebruik kon worden gemaakt, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Meridiaanpark en het Bosrandpark waar het ontwerp voorzag in een latere invulling van functies in deze parken, vanwege het grote tijdsverloop tussen het ontwerp van het park en de realisering van de aanliggende woonbuurten in het Oostelijke deel van Almere Buiten.


Geïntegreerd park

Het Polderpark is een geïntegreerd park, niet alleen waar het de relatie met de drie woonbuurten en het groen betreft. Maar ook in de betekenis dat in het ontwerp al alle voorzieningen voor de aanliggende drie woonbuurten (de terreinen van de Buitenboys, het Oostvaarders College, sporthal, tennisvereniging, volkstuinen, speelobjecten, kinderboerderij, een basisschool en een buurthuis) zijn opgenomen, en dat die ook een op een in het park zijn gerealiseerd.

De uitgangspunten van het ontwerp van het Polderpark kennen een lange traditie

Het eerste openbare park van moderne snit is in de jaren veertig van de 19de eeuw in Birkenhead bij het toen explosief groeiende Liverpool aangelegd. Nieuw daaraan was dat het een projectontwikkeling was waarbij een deel van het terrein werd bebouwd met woningen die met hun voorzijde naar het park waren gekeerd. Via een door het park lopende weg en toegangspaden was het park voor de bewoners bereikbaar. In het park waren verschillende voorzieningen voor de omwonenden aangebracht. Het was opgebouwd uit de karakteristieken van het landschap van buiten de stad.

Een decennium later toen men in New York plannen had voor de aanleg van een stadspark is men in Birkenhead gaan kijken en heeft men de ideeën die aan dit ontwerp ten grondslag lagen overgenomen en op basis daarvan Central Park aangelegd. De ontwerper van het park in Birkenhead was Joseph Paxton, de man die ook het beroemde Crystal Palace in Londen heeft ontworpen waar in 1851 de Wereldtentoonstelling heeft plaatsgevonden. (Colquhoun 2003)

Het ontwerp van het Polderpark staat in een rechtstreekse traditie van Birkenhead en Central Park. Net als daar zijn hier al in het ontwerp alle voorzieningen opgenomen voor de aanliggende woonbuurten, is het landschap van de polders op schaal in de stad gebracht en lopen er groene tentakels en waterlopen, een weg en paden de woonbuurten in. Dat maakt het Polderpark uniek in Nederland.


De planologische lotgevallen van het Polderpark

Het ontwerp van het Polderpark is door de RIJP een op een uitgevoerd, maar het is planologisch niet als een geheel in een bestemmingsplan vastgelegd. Voor de eerste twee woonbuurten van Almere Buiten werden door de RIJP, in volgorde van de start van de bouw, bestemmingsplannen gemaakt. Het ontwerp van de Molenbuurt werd samen met het deel van het Polderpark dat ligt tussen de Molenbuurt en het centrum van Almere Buiten opgenomen in het Bestemmingsplan buurt B Almere Buiten van 30 december 1982. Het ontwerp van de Bouwmeesterbuurt en het deel van het Polderpark dat ligt tussen de Lage Vaart en de Polderdreef werd vastgelegd in het Bestemmingsplan buurt C en groengebied F van 17 oktober 1983.

Eind jaren negentig zijn beide bestemmingsplannen door de gemeente Almere herzien. Hierbij werd het westelijke deel van het Polderpark (groengebied F) in 1998 in een eigen Bestemmingsplan ‘Polderpark’ ondergebracht. Het andere deel van het Polderpark werd onderdeel van het Bestemmingsplan Molenbuurt 2002.

Waar de RIJP als ontwikkelingsmaatschappij op pragmatische gronden (de volgorde van de aanleg van de buurten) het Polderpark in twee elkaar in de tijd opvolgende verschillende bestemmingsplannen onderbracht, had de gemeente Almere bij de herziening van de plannen eind jaren negentig de mogelijkheid het Polderpark in zijn geheel in een bestemmingsplan op te nemen.

De keuze van de gemeente dit niet te doen heeft voor het Polderpark een aantal ingrijpende gevolgen. Het park dat door de RIJP conform het ontwerp is aangelegd vormt nu geen planologische entiteit. Voor het deel van het park dat in het bestemmingsplan Molenbuurt ligt is de relatie met het Polderpark geheel los gelaten. Het komt op de plankaart en de bestemming van de in het plan begrepen gronden niet meer voor als deel van het Polderpark. Hetzelfde geldt voor de relatie met de in het ontwerp van het Polderpark voor dit deel van het park opgenomen voorzieningen (buurthuis, basisschool, moerasgebied, bosgebied), ook die ontbreekt in de beschrijving.

In het deel van het park dat in het bestemmingsplan ‘Polderpark’ ligt is die relatie wel behouden, maar hier zijn een paar minder gewenste nieuwe bestemmingen opgenomen: twee vestigingen ten behoeve van maatschappelijke doeleinden, waarvan een gereserveerd voor horeca. Ook is de functie groen niet geborgd in het huidige bestemmingsplan ‘Polderpark’, de beschrijving van de beplantingstructuur zoals die voor komt in het ontwerp ontbreekt. Wat tot gevolg heeft dat het leidende idee dat ten grondslag ligt aan het Polderpark, het in de stad halen van het de stad omringende polderlandschap, op verschillende plaatsen in het park geweld is aan gedaan. Met name het vervangen van populieren, de kenmerkende hoog opgaande laanboom van de polder, door kastanjes tast de opzet van het Polderpark aan. De populieren zijn onmisbaar in de visuele verbinding van de verschillende delen van het park, en bovendien als pioniersplanten onontbeerlijk.

Bij de gemeente Almere bestaat al enige tijd het voornemen de twee bestemmingsplannen waar het Polderpark deel vanuit maakt te herzien. Daarbij wil de gemeente naar een groot nieuw bestemmingsplan waarin het Polderpark samen met de drie aanliggende woonbuurten, de Bouwmeesterbuurt, Molenbuurt en Landgoederenbuurt zal worden opgenomen. Vanuit de ontwerpgedachte van het Polderpark valt hier veel voor te zeggen. Het biedt de mogelijkheid om het Polderpark conform het oorspronkelijke ontwerp met de er in liggende voorzieningen als entiteit op te nemen, en het centrum te laten zijn van het nieuwe bestemmingsplan.


III. Het Polderpark als het centrum van het nieuwe bestemmingsplan

Het voornemen van de gemeente Almere om het bestemmingsplan ‘Polderpark’ samen met de drie aanliggende woonbuurten Molenbuurt, Bouwmeesterbuurt en Landgoederenbuurt in een nieuw bestemmingsplan onder te brengen, biedt ook de mogelijkheid om de samenhang tussen het park en de buurten en de buurten onderling conform het oorspronkelijke ontwerp voor Almere Buiten te versterken.

Het nieuwe bestemmingsplan zal een duidelijk afgegrensd deel van Almere Buiten omvatten dat in zijn geheel omsloten wordt door een brede groene strook langs de Lage Vaart in het Westen en de Buitenring in het Noorden, het Bosrandpark/Meridiaanpark in het Oosten, en het centrum van Almere Buiten en de spoorlijn Amsterdam-Lelystad in het Zuiden. In het centrum van het gebied het Polderpark.

Het Polderpark heeft een dubbele functie, het verbindt het Bosrandpark/Meridiaanpark in het Oosten met het Bouwmeesterpark en de brede groene zone langs de Lage Vaart in het Westen. En het strekt met groene tentakels en waterlopen en buurtontsluitingswegen ver de buurten in. Fraai voorbeeld hiervan is de met groen omzoomde waterloop langs de in het park gelegen Daniel Stalpaertstraat die zich in noordelijke richting voort zet in de Bouwmeesterbuurt tot aan het groene deel van het Van Eesterenplein, en in zuidelijke richting langs de Rechterenstraat in de Landgoederenbuurt. Een ander voorbeeld wordt gevormd door de bijna 2km lange, met een lange rij populieren omzoomde, gracht die vanaf het Bosrandpark/Meridiaanpark langs de zuidelijke rand van het park door de Molenbuurt en de Landgoederenbuurt loopt tot aan de Lage Vaart.

Het Polderpark is ontworpen als een compleet park met een breed scala aan voorzieningen voor de drie aanliggende woonbuurten Door zijn centrale ligging en vele functies fungeert het als een klassiek centraal park voor de drie buurten. Dat wordt nog versterkt doordat het het open polderlandschap met zijn kenmerkende vegetatie de stad in haalt. Het Polderpark staat daarmee in een lange traditie die begint met het eerste openbare park in Birkenhead bij Liverpool en Central Park in New York.


Aanbevelingen

Het ligt voor de hand het Polderpark, inclusief de in het park opgenomen voorzieningen en de beplantingstructuur zoals die voorkomen in het ontwerp van het park, als duidelijk afgegrensde entiteit op de plankaart en in de legenda van het nieuwe bestemmingsplan op te nemen en te beschrijven. En zo het groene centrum van het nieuwe bestemmingsplan te laten zijn.

Ook verdient het aanbeveling in het verlengde hiervan de belangrijke relatie van het Polderpark met het Bouwmeesterpark en de brede groene zone langs de Lage Vaart en de Buitenring op dezelfde wijze expliciet vast te leggen. Tezamen vormen zij het groene kader van het nieuwe bestemmingsplan. Het Polderpark is een kant-en-klaar park. Met de huidige omvang van het park en de daar in liggende voorzieningen is slechts een klein deel beschikbaar voor het steeds belangrijker wordende gebruiksgroen, fietsen, wandelen, joggen, spelen enz. Voor nieuwe functies is daarom geen plaats.

De titel van het nieuwe bestemmingsplan zou kunnen luidden:

Bestemmingsplan ‘Polderpark’, buiten wonen en toch in de stad.


IV. Plan van aanpak

In de vorige paragraaf is geschetst hoe de Stichting Vrienden van het Polderpark en Omgeving de plaats van het Polderpark met de er in liggende voorzieningen ziet in het nieuwe grote bestemmingsplan: als het ‘Central Park’, het groene centrum van het nieuwe bestemmingsplan. Dat samen met de brede groene zone langs de Lage Vaart (inclusief het Bouwmeesterpark) en de Buitenring het groene kader van het nieuwe bestemmingsplan vormt. Het buiten het nieuwe bestemmingsplan liggende Bosrandpark/Meridiaanpark sluit hier in het Oosten op aan.

In deze paragraaf de uitgangspunten voor het plan van aanpak.

1.    Het Polderpark wordt in de vorm van een duidelijk afgegrensde geografische entiteit, inclusief de er in liggende voorzieningen, op de plankaart en in de legenda van het nieuwe bestemmingsplan opgenomen met de bestemming Park.

De geografische begrenzing is als volgt:

Het Polderpark wordt in het Noorden begrensd door de Bouwmeesterbuurt (P. de Swartstraat, M.J. Granpré Molièrestraat) en de Molenbuurt (Dwangmolenstraat). In het Zuiden door de Landgoederenbuurt (Sportlaan) en het oudste deel van het centrum van Almere Buiten (Torontoweg, Berlijnstraat). In het Oosten sluit het park aan op het Bosrandpark/Meridiaanpark. In het Westen grenst het aan de Lage Vaart en sluit het in noordelijke richting aan op het Bouwmeesterpark en in zuidelijke richting op de brede groene rand langs de Lage Vaart. Het park wordt in noord-zuid richting doorsneden door de Polderdreef.

2.    De in het Polderpark liggende voorzieningen worden binnen de bestemming Park apart beschreven.

De voorzieningen zijn conform het ontwerp: grasvelden, laagte-vegetatie-gebied, struwelengebied, aanlegplaats, visplaatsen, voetbal, tennis, volkstuinen, schoolwerktuinen, dierenweide, speelobjecten, sporthal, scholengemeenschap, buurthuis, basisschool.

3.    In het nieuwe bestemmingsplan worden de relaties van het Polderpark met de andere onderdelen van het groene kader en de belangrijke functie van de groene tentakels en waterlopen die zich vanuit het park in de buurten uit strekken in de beschrijving vast gelegd.

4.    In het nieuwe bestemmingsplan wordt de bepaling opgenomen dat in het Polderpark geen nieuwe functies mogen worden aangelegd en er geen uitbreiding van bestaande functies mag plaats vinden.

Voorts is de Stichting Vrienden van het Polderpark en Omgeving van mening dat het beheer en onderhoud van het groen in het Polderpark in een meerjarenprogramma dient te worden vastgelegd en te worden gericht op het herstel van de beplantingstructuur zoals die voor komt in het oorspronkelijke ontwerp zodat het Polderpark weer de cultuurhistorische ‘gem’ wordt die het eerder was. Bij het onderhoud dient de stelregel te zijn dat bij kappen van bomen en het vervangen van andere delen van de vegetatie exemplaren van dezelfde boomsoort en vegetatie worden teruggeplaatst conform het oorspronkelijke beplantingsplan.

De Stichting is voorstander van het verwijderen van de in het bestemmingsplan ‘Polderpark’ opgenomen bestemming: ‘twee vestigingen van maatschappelijke doeleinden waarvan een gereserveerd voor horeca’. Er is nooit belangstelling voor geweest en horeca op die plaats past niet in het ontmoedigingsbeleid/het weren van kleine eetgelegenheden op korte afstand van scholen. In plaats hiervan is zij voorstander van een uitbreiding van de bestemming volkstuinen op die plek.

De Stichting wijst hier ook op de opmerkingen gemaakt in de brief van 9 september 2011 naar aanleiding van de gezamenlijk schouw van het Polderpark door vertegenwoordigers van de Stichting samen met vier medewerkers van de gemeente op 31 augustus 2011. 6)

Noten

1.In de tekst wordt onderscheid gemaakt in Polderpark als het park wordt bedoeld, en bestemmingsplan ‘Polderpark’.

2. Zie kaart van het Polderpark, bijlage 1.

3. Zie ook bijlage 2. Gegevens Polderpark. Volgens informatie van de gemeente Almere is het ontwerp zelf niet te achterhalen. In de publicatie van het Nederlands Architectuurinstituut Het nieuwe stadspark, opvallende vormen en pakkende scenario’s, en het door de ontwerper in het tijdschrift Groen gepubliceerde artikel Ervaringen met het ontwikkelen van een groenstructuur in Almere Buiten zijn die gegevens wel te vinden, inclusief een kaart waarop alle voorzieningen/functies in het Polderpark zijn aangegeven.

Van het beplantingsplan (groengebied F) zijn wel tekeningen beschikbaar, gemaakt door de afdeling beplantingen van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders.

4. Zie kaart Almere Buiten met de drie woonbuurten: Molenbuurt, Bouwmeesterbuurt, Landgoederenbuurt, en het Polderpark, bijlage 3.

5. Zie kaart van het Polderpark met groene tentakels en waterlopen in de drie woonbuurten en de aansluiting op de aanliggende parken en de brede groenstrook rond de drie buurten, bijlage 4.

6. Zie bijlage 5.


Literatuur

‘Almere Buiten: stadsdeel met uitgekiende verkaveling’, in: Cultuurrijp 19 (1983) 3-5

Andela, Gerrie, Tjeerd Boersma en Gert Ter Haar, Het nieuwe stadspark, opvallende vormen en pakkende scenario’s. Tentoonstelling Nederlands Architectuurinstituut van 16 november 1991 tot 9 februari 1992 (Rotterdam 1991)

Colquhoun, K., A Thing in Disguise. The Visionary Life of Joseph Paxton (London 2003)

Delft, Hein van, ‘Ervaringen met het ontwikkelen van een groenstructuur in Almere Buiten’, in: Groen 9 (1989) 28-30

Delft, Hein van, ‘Polderpark geeft Buiten kwaliteit’, in: Dagblad van Almere (10 januari 1992)

Van Woensel, J.T.W.H., De ruimtelijke planvorming van Almere, (Lelystad 2001)

Beplantingsplan groengebied F

Bestemmingsplan buurt B Almere Buiten, 30 december 1982

Bestemmingsplan buurt C en groengebied F, 17 oktober 1983

Bestemmingsplan Polderpark, oktober 1998

Bestemmingsplan Molenbuurt, 2002


Bijlagen

1. Kaart van het Polderpark

2. Gegevens Polderpark

3. Kaart Almere Buiten met de drie woonbuurten: Molenbuurt, Bouwmeesterbuurt, Landgoederenbuurt, en het Polderpark

4. Kaart van het Polderpark met groene tentakels en waterlopen in de drie woonbuurten en de aansluiting op de aanliggende parken en de brede groenstrook rond de drie buurten

5. Samenvatting van de opmerkingen en vragen tijdens de schouw van 31 augustus 2011 gemaakt. Bijlage bij de brief over de gezamenlijke schouw van het Polderpark op 31 augustus 2011 aan mevrouw Annemarie van der Zee, Projectmanager Almere Buiten, 9 september 2011

BIJLAGE 1


BIJLAGE 2       Gegevens Polderpark

Ontwerper: Hein van Delft

Opdrachtgever: Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders

Ligging: Almere Buiten

Oppervlakte: 35 ha; lengte 1900 meter, breedte variërend van 120 tot 300 meter

Jaar van ontwerp: 1980-1988, gefaseerd

Jaar van aanleg: 1983-1989, gefaseerd

Opgenomen voorzieningen: grasvelden, laagte-vegetatiegebied, struwelengebied, aanlegplaats, visplaatsen, voetbal, tennis, volkstuinen, schoolwerktuinen, dierenweide, speelobjecten, sporthal,

scholengemeenschap, buurthuis, basisschool                                    

Karakteristiek: Door de contrasten tussen open polderlandschap, waterrijk laagte-vegetatiegebied en bos wordt het landschap dat de stad omgeeft daarbinnen ervaarbaar gemaakt.

(Het nieuwe stadspark, opvallende vormen en pakkende scenario’s, Rotterdam 1991)


Het ontwerp

Het park is opgebouwd uit karakteristieken zoals ze in de polder voorkomen, zoals de bossfeer, de sfeer van het polderlandschap en de sfeer van de openheid van de polder. Middelen daarvoor zijn bos, langgerekte ruimtes, bomen in rijen, gras, sloten en een bijpassende sortimentskeuze.

Het beeld van het park wordt bepaald door een begrenzing van rijen populieren, samen met een gracht of sloot. De ruimtes in het park worden gevormd door houtwallen, ook begeleid door een sloot. Voor de verschillende functies en bestemmingen binnen deze landschappelijke structuur is slechts gebruik gemaakt van laagblijvend struweel. De buitenranden van het park zijn meer open, de binnenste delen meer verdicht. De aanwezigheid van houtwallen, sloten, hogere en lagere delen en riet- en moerasvegetaties leggen de nadruk op de natuurbeleving in het park.

Van groot belang in de opbouw van Almere Buiten zijn de dwarsrelaties tussen de buurt en de groenstructuur. Dit wordt bereikt door doorlopende lijnen die zoveel mogelijk begeleid worden met diverse functies, zoals een scholengemeenschap, een dierweide en volkstuinen.

De randen van park en buurt hebben een belangrijke rol gekregen in de opbouw van de plannen. Vooral in de open-park situaties zijn openbare voorkanten van woningen gericht naar het park, in veel gevallen in combinatie met de buurtontsluitingswegen. (‘Ervaringen met het ontwikkelen van een groenstructuur in Almere-Buiten’, Van Delft in: Groen 9 1989)

Aan de Oostkant is het park wat bossig, omdat het daar grenst aan de bosrand (Bosrandpark). Het brede deel van het park waar de sporthal staat, ademt meer een poldersfeer. Dat komt tot uitdrukking in grote open vlakten, die in het midden worden onderbroken door houtwallen en door bos omsloten velden. De ene kant van het park wordt volledig begrensd door een sloot met een rij populieren ernaast. Er staan nog meer bomenrijen en houtwallen in het Polderpark. Die zijn daar aangelegd om de horizon te breken.

Aan de oostkant van het park, tussen de Wipmolenweg en de Berlijnstraat, vallen de aangelegde moerassige gebiedjes op. Op het eerste gezicht lijkt er slechts riet te groeien in deze drassige grienden, maar Van Delft weet dat bepaalde zeldzame plantensoorten opduiken in dit unieke deel van het park. Biologen komen er regelmatig kijken.

Het park is in de eerste plaats bedoeld voor de mensen. Het is belangrijk voor Buiten. Haven en Stad hebben elk hun eigen karakter met het Gooimeer en het Weerwater. Buiten had van zichzelf heel weinig in die geest, en daarom is het groen er benadrukt.

Het Polderpark wordt nu nog sterk onderbroken door de Polderdreef. Over een jaar of dertig is de rij populieren langs de sloot groot geworden en dan valt de dreef veel meer in het niet. Maar dat neemt niet weg dat de Polderdreef nu nog een storend element is. (‘Polderpark geeft Buiten kwaliteit’, Interview met Hein van Delft in: Dagblad van Almere 10 januari 1992)

De erkenning

“Niet alleen door ontwerpers maar ook door bestuurders is het park herontdekt als een stedelijke voorziening die de attractiviteit van de stad kan vergroten. De nieuwe parken met hun uitgesproken vormgeving worden ingezet om de gehele stad of delen ervan te profileren. En waarom ook niet? Parken kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de identiteit van de stad. Wat is New York zonder het Central Park, Londen zonder Hyde Park en Amsterdam zonder het Vondelpark?” (De directeur van het Nederlands Architectuurinstituut, Adri Duivesteijn, bij de tentoonstelling en het boek Het nieuwe stadspark, opvallende vormen en pakkende scenario’ s. De tentoonstelling werd gehouden in het Nederlands Architectuurinstituut van 16 november 1991 tot 9 februari 1992.)


BIJLAGE 3




BIJLAGE 4





BIJLAGE 5

Samenvatting van de opmerkingen en vragen tijdens de schouw van 31 augustus 2011 gemaakt

I.

In het kader van de voorgenomen herziening van het bestemmingsplan waarin het Polderpark is gelegen.

De Stichting is tegen:

- de aanleg van een zogenaamde stedelijke radiaal met industrie en woningbouw in (de plaats van) het Polderpark. En derhalve tegen het opnemen van een dergelijke weg in het herziene bestemmingsplan waarin het Polderpark is gelegen.

- een mogelijke woningbouw op het complex van de Buitenboys. En dus tegen het wijzigen van de bestaande bestemming in woningbouw. Dit houdt ook in tegen het opnemen van de mogelijkheid de huidige bestemming te vervangen door een dubbele bestemming.

- het witten van de tijdelijke bebouwing bekend staand als het Montessorigebouw. Dus tegen het opnemen in het herziene bestemmingsplan van deze tijdelijke bestemming als een definitieve bestemming.


II.

In het kader van het onderhoud.

De Stichting is voor:

- het handhaven/versterken van de laanstructuren in en langs het Polderpark met de oorspronkelijke (populieren) beplanting.

- het heroverwegen/aanpassen van het eindbeeld dat de gemeente voor ogen staat waarin deze populieren worden vervangen door kastanjes.

De populieren zijn onmisbaar in de visuele verbinding van de verschillende delen van het Polderpark, zij zijn bovendien als pioniersplanten onontbeerlijk. Met het verwijderen van de kenmerkende hoog opgaande laanboom van de polder wordt de opzet van het Polderpark aangetast. Een extra reden het eindbeeld tegen het licht te houden is de dodelijke ‘bloedziekte’ die de kastanjes in heel Europa aantast. De Stichting staat een inboeten van de populieren langs de Sportlaan/Torontoweg voor om niet in een situatie te raken dat straks alle populieren in een keer tegelijkertijd gekapt moeten worden.

- het amoveren van het tijdelijke Montessorigebouw.

Hierdoor wordt de verbinding tussen het bredere deel langs de Sportlaan en het smallere deel van het park langs de Torontoweg op die plaats hersteld.

- het verplaatsen en vernieuwen van het Rozenprieel.

Op de huidige plek staat het geheel van de zon verstoken, het bevindt zich nu in een desolate toestand. Een plek in samenhang met de vlindertuin zou van het Rozenprieel een gewilde pleisterplaats maken.

- het op orde brengen van het moerasdeel van het park. Dit voor het polderlandschap kenmerkende deel van het park is sterk verland.

- het opknappen van parkmeubilair als bankjes en informatieborden.

- het opnieuw asfalteren van de fietspaden in het park.

- het aanpakken van het onderhoud van het zogenaamde bosdeel tussen buurthuis De Wieken en het Bosrandpark en het terugbrengen in de oorspronkelijke opzet.

- het heroverwegen van de locatie van de hangplek in het deel van het park gelegen tussen de kinderboerderij en de vlindertuin. Wellicht is een verplaatsing naar de huidige plek van het Rozenprieel een optie.

De Stichting is tegen:

- het voornemen om in het komende najaar populieren te kappen aan de Sportlaan/Torontoweg.